Over In Dubio
Indrukwekkend en verhelderend boek dat gelezen zou moeten worden door iedereen die meent te weten wat wel en wat niet gezegd mag worden.
NRC Handelsblad
Absoluut het beste wat ik over het onderwerp vrijheid van meningsuiting heb gelezen.
Theodor Holman, De Groene Amsterdammer
Dit boek komt net op tijd. Een overtuigend antwoord op de vijanden van de vrije meningsuiting en de open samenleving.
Dirk Verhofstadt, Liberales
Over Boeiuh
Wijnberg blinkt uit in sociologische en filosofische duidingen van alledaagse fenomenen
De Volkskrant
Wijnberg schetst een niet onaangenaam vooruitzicht, zelf voor journalisten
Brabants Dagblad
Intrigerend essay over de mini-problemen van de huidige jeugd
NRC Handelsblad
Applaus voor Rob Wijnberg. Iedereen zou dit boek moeten lezen om te weten waarom jongeren zijn zoals ze zijn
Limburgs Dagblad
Door: Rob Wijnberg
Essay Zin 98 De paradox van het proces tegen Geert Wilders
Dat moslims de enorme populariteit van de PVV en haar voorman Geert Wilders vrezen, is wel invoelbaar. Wilders behoort namelijk tot de meest radicale critici van de islam: hij beschouwt de islam als een inherent fascistische ideologie, die niet aan emancipatie onderhevig kan zijn. Dat hij daarbij een verschil maakt tussen 'de ideologie' enerzijds en 'de belijders' anderzijds doet daar niks aan af: een ideologie is natuurlijk nooit gevaarlijk als er geen mensen zijn die er aanhanger van zijn. Door zijn benadering van de islam als statisch en voor slechts één interpretatie vatbaar, scheert hij moslims dus voortdurend over een kam. Maar waarom doen zijn aanklagers dan nu hetzelfde?
De paradox van het Wilders-proces: ‘ze’ zijn beledigd
Critici vinden dat PVV-leider alle moslims over één kam scheert. Waarom doen zij dan nu hetzelfde?
Door Rob Wijnberg
Elke woensdag bespreekt Rob Wijnberg een filosofisch dilemma naar aanleiding van een actuele gebeurtenis. Vandaag: de tegenstrijdige boodschap van een proces.
Hij hernam zijn formulering heel snel, alsof hij een beetje schrok van het woord dat hij zojuist had gebruikt. De Rotterdamse strafpleiter Haroon Raza, die net als zijn collega-advocaat Gerard Spong aangifte deed tegen PVV-leider Geert Wilders wegens haatzaaien, discriminatie en belediging van moslims, zette vorige week, vlak voor de eerste rechtszitting, in EenVandaag zijn beweegredenen voor die aangifte nog eens uiteen: „Op het moment dat iemand tegen jou zegt ‘Je bent minderwaardig’; op het moment dat iemand tegen jou zegt ‘je moet hier weg’”, zei Raza, „dan ga je je zorgen maken om jezelf, je gaat je zorgen maken om je kinderen en je gaat je zorgen maken om de andere leden van de groep.”
„Althans, de groep”, verbeterde Raza zich toen en zette het woord ‘groep’ met zijn vingers tussen aanhalingstekens. Dat was „zoals Wilders dat benoemt”, zei hij.
Met zijn verspreking legde Raza onbedoeld bloot wat, in filosofische zin, zo problematisch is aan de rechtsgang die hij zelf mede in gang heeft gezet. Over het grootste bezwaar tegen de anti-islamretoriek van Geert Wilders zijn de meeste critici het namelijk wel eens: de PVV-leider scheert moslims voortdurend over één kam. Hij lijkt soms totaal geen onderscheid te maken tussen een islamitische zelfmoordterrorist uit Afghanistan of een vredelievende moslim uit Purmerend-Zuid. In zijn film Fitna worden beelden van haatprekende Arabische imams geruisloos opgevolgd door onheilspellende statistieken over het groeiende aantal moslims in Nederland – alsof daartussen een verband bestaat. En in een interview op de Deense televisie sprak Wilders zelfs van „miljoenen, tientallen miljoenen” potentiële moslimterroristen op het Europese continent.
Critici van links tot rechts – van Agnes Kant tot Rita Verdonk – hebben daar dan ook tegenover gesteld dat je niet zomaar kunt spreken over de islam en de moslims. Behoudens het feit dat ze allemaal zeggen te geloven in de Koran, zijn een Marokkaanse hangjongere uit Amsterdam-Slotervaart, een Turkse studente uit Rotterdam-Zuid en een Indische bakker uit Utrecht Terwijde net zo vergelijkbaar als een christelijk evangelist uit Staphorst en een rooms-katholiek uit Den Haag. Laat staan dat ‘ze’ ook maar iets gemeen zouden hebben met hun geloofsgenoten uit Saoedi-Arabië of Iran. Nee, moslims komen – het zijn net mensen – evengoed in alle soorten en maten: van orthodox tot vrijzinnig; van maatschappelijk geëngageerd tot politiek afzijdig; van principieel tot pragmatisch; van moskeevast tot nauwelijks belijdend.
En juist dát maakt het dan ook zo vreemd dat Wilders nu voor ‘groepsbelediging’ van moslims wordt gedaagd. Want, ook al bestaat de groep waar de PVV-leider tegen fulmineert volgens zijn critici niet, kennelijk kan ‘ze’ wel beledigd zijn door kritiek op ‘haar’ religie. Van de rechtszaak gaat zo een volstrekt tegenstrijdige boodschap uit. Aan de ene kant willen Spong, Raza en consorten dat moslims beoordeeld en bejegend worden als autonome individuen in plaats van als homogene massa, maar tegelijkertijd vragen ze om juridische bescherming van godsdienstige gevoelens – als waren moslims één groot op haar ziel getrapt collectief. Zoals Wilders dat voortdurend wordt verweten, worden moslims ook door hun raadsheren onbedoeld ‘weggezet als groep’.
Niet dat de behoefte aan rechtsbescherming onbegrijpelijk is. Wilders is van alle bekende islamcritici namelijk veruit de radicaalste. Zo beschouwt hij, anders dan bijvoorbeeld Ayaan Hirsi Ali, de islam als statisch en onveranderlijk en koestert hij dus geen emancipatie-ideaal. Wilders biedt moslims maar twee opties: de religie afzweren (assimilatie) of weggaan (emigratie) – een middenweg erkent hij niet. En zijn oproep tot een Koranverbod vond zelfs Vlaams Belang-voorman Filip de Winter een teken dat Wilders „radicaliseert”.
Het verschil tussen een gematigde en radicale islam is gedurende een periode van ongeveer vier jaar dan ook volledig uit de politieke filosofie van Wilders verdwenen. Maakte de PVV-leider zich in 2005, toen hij zich net had afgescheiden van de VVD, nog uitsluitend zorgen om de „uitwassen van de islam”, in 2009 beschouwde hij de islam reeds als een intrinsiek kwade ideologie die geen uitwassen kent. „Er is geen gematigde islam”, zei Wilders op de Amerikaanse zender CBN, „er is slechts de fascistische islam.”
Ook het begrip ‘moslim’ onderging een soortgelijke transformatie. Sprak Wilders eerst nog van gematigde en radicale moslims, in 2009 bleek dat onderscheid al niet meer te bestaan. Toen Ahmed Aboutaleb geïnstalleerd werd als burgemeester van Rotterdam bijvoorbeeld, zag Wilders dat als een teken van voortschrijdende islamisering. „Nog even”, zei hij, „en we krijgen een imam als aartsbisschop.”
Door die reactie nam Wilders definitief afstand van het verschil tussen de ene moslim en de andere. De naam Aboutaleb had immers zo in het PVV-programma kunnen worden opgenomen onder het kopje ‘voorbeeldallochtoon’: aangepast op het geassimileerde af, spreekt vloeiend Nederlands, is maatschappelijk betrokken en belijdt zijn religie bovendien zoals iedere rechtschapen liberaal dat het liefste ziet – ondogmatisch en achter de voordeur.
Hij draagt geen baard en geen djellaba, maar een maatpak en een modern montuur, dus van ‘vervuiling van het straatbeeld’ is geen sprake. Hij onderschrijft publiekelijk de kernwaarden van de democratische rechtsstaat en valt geloofsgenoten die dat niet doen ook publiekelijk af. Hij geeft vrouwen een hand, hij geeft homo’s gelijke rechten, en als klap op de vuurpijl geeft hij Wilders nog complimenten ook: de PVV-leider weet „de pijn van mensen goed te verwoorden”, zei Aboutaleb ooit in Pauw & Witteman. Niks geen klachten over ‘de toon’ van het debat, maar begrip voor de gepijnigde autochtone bevolking en hun Venlose spreekbuis.
En toch kon Aboutaleb maar beter „burgemeester worden van Rabat in Marokko”, zei Wilders destijds. Kortom, of je nu een ‘straatterrorist’ bent die uit naam van Allah de plaatselijke buurtsuper berooft van het dorp dat je probeert te ‘koloniseren’, of een überbeschaafd politicus uit Beni Sidel die het schopt tot burgervader: de PVV heeft het vliegtuig hoe dan ook voor je klaarstaan. De optelsom is dan al gauw gemaakt. Als zelfs een volledig verwesterde moslim als Aboutaleb bijdraagt aan de zogenoemde ‘islamisering van Nederland’, en de bestaansreden van je partij is om dát proces koste wat kost tegen te gaan, wie mag dan wel blijven?
Het zelfverklaarde onderscheid van Wilders tussen de ‘islam’ en ‘moslims’ doet daar niks aan af. Dat onderscheid is namelijk holle retoriek. Immers, zou Wilders daadwerkelijk een verschil hanteren tussen de ideologie en de belijders ervan, dan zou zijn hele politieke agenda gratuit zijn.
Hij zou dan immers van politicus degraderen tot een veredeld literair criticus, die niks anders doet dan ‘de ideologie’ islam zoals neergelegd in ‘het boek’ de Koran bekritiseren. Een reden om moslims te weren bij de grens heeft Wilders dan niet meer; het weren van Korans zou dan al voldoende moeten zijn.
Dat de PVV-leider ooit beweerde dat Fitna „niet over moslims gaat, maar over de islamitische ideologie” illustreert hoe absurd dat onderscheid eigenlijk is: hoe kan een ideologie ooit een gevaar vormen als zij niet haar weerslag vindt in de hoofden van mensen? Een politieke ideologie alléén kan nooit ‘fascistisch’ of ‘gewelddadig’ zijn.
Dat mensen die zichzelf moslim noemen Wilders vrezen, is dus volledig invoelbaar. Maar dat maakt angst nog geen goede raadgever. Dat wil zeggen: het maakt vervolging van Wilders nog geen verstandig verweer. Want door een politicus met zoveel aanhang te vervolgen, wakker je aan de andere kant juist de angst aan die hem zoveel populariteit bezorgt.
Het proces geeft immers het signaal dat moslims een ‘homogene groep’ vormen die inderdaad een bedreiging zijn voor ‘onze’ vrijheden. En van dat signaal profiteert er maar één: Geert Wilders. De PVV-voorman heeft, in de ogen van zijn aanhang, sinds vorige week woensdag definitief gelijk gekregen.
Met andere woorden, het proces tegen Wilders voelt voor ‘de PVV-stemmers’ net zo bedreigend als de PVV-leider bedreigend voelt voor ‘de moslims’. Daarmee wordt het probleem dus eerder aangewakkerd dan verholpen. Beter zou zijn om met elkaar in dialoog te blijven, zodat duidelijk wordt dat iedereen eigenlijk bang is voor hetzelfde, namelijk: terreur uit naam van een geloof dat nagenoeg niemand in Nederland belijdt – of je nu moslim bent of niet.
In de rechtszaal vindt die dialoog slechts haar Waterloo.
Verschenen in nrc.next op 27 januari 2009.
Auteur: Rob Wijnberg
Datum: 27 januari 2010
Reacties
Er heeft nog niemand gereageerd op deze pagina.
RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties
Plaats uw reactie
Rob Wijnberg (Winschoten, 1982) studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was opinieredacteur van nrc.next, de krant waarvoor hij nog steeds columns en essays schrijft. Hij publiceerde eerder Boeiuh!, een strijdbaar pamflet ter verdediging van zijn generatie, en In dubio, een prikkelend betoog over de vrijheid van meningsuiting.
...
> Lees verder

