Over In Dubio
Indrukwekkend en verhelderend boek dat gelezen zou moeten worden door iedereen die meent te weten wat wel en wat niet gezegd mag worden.
NRC Handelsblad
Absoluut het beste wat ik over het onderwerp vrijheid van meningsuiting heb gelezen.
Theodor Holman, De Groene Amsterdammer
Dit boek komt net op tijd. Een overtuigend antwoord op de vijanden van de vrije meningsuiting en de open samenleving.
Dirk Verhofstadt, Liberales
Over Boeiuh
Wijnberg blinkt uit in sociologische en filosofische duidingen van alledaagse fenomenen
De Volkskrant
Wijnberg schetst een niet onaangenaam vooruitzicht, zelf voor journalisten
Brabants Dagblad
Intrigerend essay over de mini-problemen van de huidige jeugd
NRC Handelsblad
Applaus voor Rob Wijnberg. Iedereen zou dit boek moeten lezen om te weten waarom jongeren zijn zoals ze zijn
Limburgs Dagblad
Door: Rob Wijnberg
Essay Zin 96 Waarom terroristen bijna altijd jonge mannen zijn
Theorieen over de oorzaken van terrorisme zijn er genoeg. De een stelt dat armoede de belangrijkste bron van radicalisering en geweld is; een ander wijt het aan de ideologische bron - bijvoorbeeld de islam. Maar, er is één eigenschap die de meeste terroristen delen en toch vaak over het hoofd wordt gezien: het zijn bijna allemaal jonge mannen. En dat is geen toeval, zegt de Poolse socioloog Gunnar Heinsohn. Hij is een van de grondleggers van de youth bulge theory, waarin sociale conflicten, (burger)oorlogen, en revoluties worden verklaard aan de hand van een demografisch gegeven, namelijk: het percentage jongeren dat een samenleving heeft. Komt dat percentage boven de dertig uit, dan is het doorgaans hommeles, aldus Heinsohn.
Wie de jeugd heeft, heeft vaak ook een groot leger
Terroristen zijn bijna altijd jonge mannen. Dat is geen toeval, zegt de socioloog Gunnar Heinsohn.
Door Rob Wijnberg
Elke woensdag bespreekt Rob Wijnberg een filosofisch dilemma naar aanleiding van een actuele gebeurtenis. Vandaag: terroristen zijn bijna altijd jonge mannen.
Plotseling lijkt de dreiging van islamitisch terrorisme overal vandaan te komen. In Denemarken werd op 1 januari ternauwernood een moordaanslag op de cartoonist Kurt Westergaard – bekend van de Mohammed-cartoons – verijdeld. In Pakistan kwamen diezelfde dag bijna honderd mensen om door een zelfmoordaanslag bij een volleybalwedstrijd, die vermoedelijk door de Taliban was georkestreerd.
In Somalië verloren twee dagen later 47 mensen het leven bij gevechten tussen de regering en de islamitische rebellengroep Al-Shabaab. En al eerder moesten westerse ambassades in Jemen worden gesloten, omdat de terreurgroep Al-Qaeda-op-het-Arabisch-schiereiland de mislukte aanslag op een Amerikaans passagiersvliegtuig had opgeëist.
Deze terreurdaden zijn zo divers van aard dat een eenduidige verklaring ervoor vinden bijna onmogelijk lijkt. Sommigen beschouwen terrorisme als een puur religieus gemotiveerd fenomeen: de islam zou oproepen tot een gewelddadige jihad tegen niet-moslims en het Westen. Maar tegelijkertijd zijn ook moslims in niet-westerse landen regelmatig doelwit van aanslagen.
Anderen wijzen dan ook vooral op de politieke motieven: terroristen zijn eigenlijk vrijheidstrijders die vechten tegen onderdrukking van hun volk of bezetting van hun grondgebied. Maar waarom wordt dan een cartoonist bedreigd wegens ‘belediging’ van de islam?
Een derde theorie luidt dat mensen zouden radicaliseren door armoede. Economische achterstanden zijn dus het werkelijke probleem. Maar hoe moet dan worden verklaard dat Umar Abdulmutallab, die op Eerste Kerstdag een vliegtuig probeerde op te blazen, uit een steenrijke bankiersfamilie kwam?
Terroristen lijken, kortom, maar weinig gemeen te hebben. Ze hebben volledig verschillende achtergronden, hanteren zeer diverse strategieën en houden er totaal uiteenlopende motieven op na. Toch wordt één gedeelde eigenschap vaak over het hoofd gezien: het zijn bijna allemaal jonge mannen.
De Nigeriaan Abdulmuttalab was pas 23 jaar. De Somaliër die Kurt Westergaard probeerde te vermoorden was 28 jaar. En de rebellengroep in Somalië waartoe hij behoorde, draagt nota bene de naam Al-Shabaab – oftewel ‘De Jeugd’ in het Arabisch. Niet dat er geen ‘oudere’ terroristen zijn, maar radicalisering vindt meestal op jonge leeftijd plaats. Het Amerikaanse tijdschrift Newsweek had deze week dan ook de veelzeggende kop The Children of Bin Laden op de voorpagina. Terrorisme lijkt vooral een ‘jongerenprobleem’ te zijn.
Hoe dat komt, is kortgeleden nog beschreven door de vermaarde Pools-Duitse socioloog Gunnar Heinsohn (1943). In zijn boek Zonen grijpen de wereldmacht – Terrorisme demografisch verklaard (2003), dat inmiddels een cultstatus heeft gekregen, poneert Heinsohn de stelling dat terrorisme niet zozeer wordt veroorzaakt door religieus fanatisme of door armoede, maar door een youth bulge – oftewel een soort ‘jongerenoverschot’.
Van een youth bulge (een uitstulping in de statistische leeftijdsopbouw) is sprake wanneer meer dan 30 procent van de mannelijke bevolking tussen de 15 en 29 jaar oud is. Vanaf dat moment zijn sociale spanningen haast onvermijdelijk, zegt Heinsohn – met radicalisering, burgeroorlogen of revoluties als gevolg.
In samenlevingen waar zo’n groot deel van de bevolking jonger dan dertig jaar is, bestaan gezinnen namelijk vaak uit drie of meer zonen – hetgeen binnen de familie al concurrentiestrijd oplevert. En wanneer de zonen eenmaal volwassen zijn geworden, hebben slechts één of twee uitzicht op een eerbare of machtige positie in de maatschappij.
De „overtolligen”, zoals Heinsohn de derde en vierde zonen noemt, bereiken geen zinvolle of prestigieuze posities en zoeken daarom hun uitvlucht in een politieke of religieuze strijd. Zij zijn meestal jaloers op hun succesvollere broers en voelen zich dus aangetrokken tot religieuze stromingen en radicale groepen die hen alsnog een ‘heldenstatus’ beloven. Via opstand en geweld hopen ze ‘respect’ af te dwingen van de onverschillige maatschappij. (Voor vrouwen in traditionele samenlevingen gaat deze theorie dan ook niet op, omdat hun positie sowieso beperkt is tot die van echtgenote of moeder.)
Dit soort sociale onrust heeft verder weinig te maken met hongersnood of armoede, benadrukt de socioloog. Integendeel, om een gevaar te vormen kun je niet straatarm of ondervoed zijn. De jonge mannen die radicaliseren en tot geweld overgaan, zijn dan ook niet op zoek naar geld of voedsel, maar naar „erkenning, invloed en waardigheid”, aldus Heinsohn. Of, anders gezegd: „Om brood wordt gebedeld. Gedood wordt er om status en macht.”
Hoewel Heinsohns theorie natuurlijk niet zomaar te extrapoleren is naar een individueel geval, is het wel veelzeggend dat Umar Abdulmutallab de jongste uit een gezin van 16 kinderen was en bovendien de zoon van een van de meest succesvolle zakenmannen in Afrika. Zijn poging om een vliegtuig op de blazen zou dus best een prestigekwestie in familiekring geweest kunnen zijn.
De youth bulge-theorie zou echter niet alleen een verklaring kunnen zijn voor terreurdaden, maar voor zeker 80 procent van de gewelddadige conflicten, zegt Heinsohn. Momenteel zijn er naar schatting 67 landen met een jongerenoverschot en in bijna 60 daarvan woedt een burgeroorlog of een andere gewelddadige strijd. Het meest aangehaalde voorbeeld is de Gazastrook, waar de gemiddelde leeftijd rond de 17,5 jaar ligt (ter vergelijking: in Nederland is dat meer dan 40 jaar).
Een doorsnee familie bestaat daar dan ook uit maar liefst zeven kinderen. Zou een land als Duitsland de afgelopen decennia een soortgelijk geboortetal hebben gehad, dan zouden daar nu geen zeven miljoen 15- tot 29-jarigen wonen, maar ruim tachtig miljoen, becijferde Heinsohn. „Denk je dat die allemaal net zo vredig zouden samenleven als nu het geval is?” vraagt hij retorisch.
Dat uitgerekend Somalië en Jemen broeinesten van radicale moslims lijken te zijn geworden, hoeft zo bekeken geen verbazing te wekken. De rebellen van Al-Shabaab (‘De Jeugd’) zijn daar namelijk niet alleen. Somalië en Jemen behoren allebei tot de landen met de snelst groeiende bevolking ter wereld. Tussen 1950 en 2050 zal hun populatie naar schatting met respectievelijk een factor 18 en 24 zijn vermenigvuldigd.
Bijna nergens is de bevolking zo jong als daar. In Somalië is de gemiddelde leeftijd nu 17,5 jaar en in Jemen zelfs 16,8 jaar. Die landen lijden, kortom, aan een ongekend groot jongerenoverschot, vergelijkbaar met die van Afghanistan – waar nu evenveel tieners wonen als in Duitsland en Frankrijk tezamen.
De grootste youth bulge in de wereld is momenteel dan ook in de islamitische wereld. Van de 27 landen met het grootste percentage jongeren zijn er maar liefst 13 islamitisch – bijna de helft. Het verband tussen de islam en geweld bestaat dus wel degelijk. Alleen dat verband is niet religieus, maar demografisch van aard, zegt Heinsohn.
Deze verklaring, die het menselijke handelen als het ware reduceert tot de bevolkingssamenstelling, wordt daarom ook wel demografisch materialisme genoemd. Niet economische motieven (zoals de Duitse filosoof Karl Marx stelde) of ideologische drijfveren (zoals de Duitse denker Georg Hegel dacht) bepalen de loop van de geschiedenis, maar basale eigenschappen zoals leeftijd en geslacht.
Is deze theorie ook toepasbaar op Nederland? Strikt genomen niet, want ons land kent al jaren geen jongerenoverschot meer. Maar interessant om op te merken is dat de meest roerige periode uit de recente geschiedenis de jaren 60 waren. Dat was precies het moment waarop de babyboomers, geboren vlak na de oorlog, adolescenten werden.
En hoewel van een andere orde zou je eveneens een parallel kunnen trekken tussen Heinsohns theorie en de huidige overlast die wordt veroorzaakt door allochtone jongeren. Dat zijn immers ook vaak de jongste telgen uit relatief grote gezinnen die met opstandig en soms gewelddadig gedrag ‘respect’ hopen af te dwingen van de in hun ogen onverschillige maatschappij.
In die zin is het tamelijk ironisch dat uitgerekend André Rouvoet, als minister van Jeugd en Gezin verantwoordelijk voor deze problematiek, het volk niet zo lang geleden opriep om méér kinderen te krijgen. Hij had beter het omgekeerde kunnen bepleiten. Gelukkig vergrijst Nederland nog altijd in razend tempo. Als we Heinsohn mogen geloven, gaan we daardoor een rustige toekomst tegemoet.
Verschenen in nrc.next op 13 januari 2009.
Auteur: Rob Wijnberg
Datum: 14 januari 2010
Reacties
Er heeft nog niemand gereageerd op deze pagina.
RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties
Plaats uw reactie
Rob Wijnberg (Winschoten, 1982) studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was opinieredacteur van nrc.next, de krant waarvoor hij nog steeds columns en essays schrijft. Hij publiceerde eerder Boeiuh!, een strijdbaar pamflet ter verdediging van zijn generatie, en In dubio, een prikkelend betoog over de vrijheid van meningsuiting.
...
> Lees verder

