bezige bij nrc.next
Bestel het boek Dus ik ben. Bestel het boek Nietzsche en Kant lezen de krant. Bestel het boek In dubio Bestel het boek Boeiuh

Over In Dubio


Indrukwekkend en verhelderend boek dat gelezen zou moeten worden door iedereen die meent te weten wat wel en wat niet gezegd mag worden.

NRC Handelsblad

Absoluut het beste wat ik over het onderwerp vrijheid van meningsuiting heb gelezen.

Theodor Holman, De Groene Amsterdammer

Dit boek komt net op tijd. Een overtuigend antwoord op de vijanden van de vrije meningsuiting en de open samenleving.

Dirk Verhofstadt, Liberales


Over Boeiuh


Wijnberg blinkt uit in sociologische en filosofische duidingen van alledaagse fenomenen

De Volkskrant

Wijnberg schetst een niet onaangenaam vooruitzicht, zelf voor journalisten

Brabants Dagblad

Intrigerend essay over de mini-problemen van de huidige jeugd

NRC Handelsblad

Applaus voor Rob Wijnberg. Iedereen zou dit boek moeten lezen om te weten waarom jongeren zijn zoals ze zijn

Limburgs Dagblad

09 september 2009
Door: Rob Wijnberg

Essay Zin 78 Waarom keuzevrijheid ongelukkig kan maken

Mensen die vaak twijfelen of ze iets wel moeten doen, kennen dat gevoel: de vrijheid om te kiezen kan zeer onbehaaglijk zijn. Toch is keuzevrijheid de laatste decennia als wezenlijk onderdeel van ons geluk gepropageerd.  Onderzoek aan de Harvard Universiteit ontkrachtte die opvatting van geluk, door een sub-categorie van geluk te onderscheiden: synthetisch geluk.  Met dat soort geluk, en de levensinstelling de de Duitse denker Friedrich Nietzsche ooit "de eeuwige wederkeer" noemde, kunnen onzekere mensen hun voordeel doen.

Waarom vrijheid je ongelukkig kan maken

Wat onzekere mensen kunnen leren van synthetisch geluk en de eeuwige wederkeer van Nietzsche

Door Rob Wijnberg

Elke woensdag bespreekt Rob Wijnberg een filosofisch dilemma naar aanleiding van een actuele gebeurtenis. Vandaag: keuzevrijheid en het ervaren van geluk.

Wat is geluk? Of, wat máákt een mens gelukkig? Deze vragen staan al eeuwenlang centraal in de filosofie en hebben inmiddels tot talloze gelukstheorieën geleid. Die preoccupatie is niet verwonderlijk: de meeste mensen beschouwen gelukkig zijn als een van de belangrijkste doelen in het leven. De Griekse wijsgeer Plato (427-347 v. Chr.) stelde zelfs dat geluk „het enige is dat mensen in en voor zichzelf nastreven” – zonder dat er andere motieven aan te pas komen.

In het oude Griekenland was het dan ook gemeengoed om geluk niet te zien als een geestestoestand die je kunt bereiken, maar als een voortdurende activiteit die je uit moet voeren – zoals wijsheid vergaren, deugdzaam leven en goed zijn voor anderen. Anders gezegd, gelukkig zijn werd niet gezien als iets wat je bent, maar als iets wat je doet.

Epicurus (341-270 v. Chr.) was de eerste invloedrijke Griek die met deze opvatting brak: hij definieerde geluk wél als een geestestoestand, namelijk simpelweg als „de afwezigheid van pijn”. Deze gedachte lag, eeuwen later, ook ten grondslag aan de filosofie van de utilitaristen, die het ‘goede’ definieerden als zoveel mogelijk genot en zo min mogelijk pijn voor zoveel mogelijk mensen.

Epicurus was zijn tijd in die zin dus ver vooruit, maar ook in een ander opzicht voorzag hij de tijdgeest. Hij stelde namelijk als eerste denker dat vrijheid een cruciale voorwaarde voor gelukkig zijn was. Die opvatting was tweeledig: Epicurus benadrukte het belang van negatieve vrijheid (vrij zijn van pijn en onrust), maar achtte positieve vrijheid (vrij zijn om plezier en genot te hebben) eveneens cruciaal.

Die gedachte klinkt tegenwoordig als een open deur, omdat ze nagenoeg onomstreden is. Bijna alle moderne definities van geluk bevatten vormen van negatieve vrijheid (privacy, veiligheid, lichamelijke integriteit) en positieve vrijheid (vrije meningsuiting, bewegingsvrijheid, keuzevrijheid) als noodzakelijke componenten. De vrijheid om te gaan en staan waar je wilt; relaties en vriendschappen te hebben met wie je wilt; de goederen te kopen die je begeert; de opvattingen te koesteren die je belangrijk vindt – die waarden worden heden ten dage door bijna alle politieke partijen, in Nederland en in het Westen als geheel, als constitutief voor het menselijke geluk gezien.

In de jaren 90, toen het neoliberale vrijemarktdenken furore maakte, werd om die reden keuzevrijheid ook als politiek hoofddoel bestempeld: meer keuzevrijheid stond namelijk, grosso modo, gelijk aan meer welzijn.

Onderzoek aan de Amerikaanse Harvard Universiteit heeft onlangs deze opvatting over geluk echter deels ontkracht. Psycholoog en onderzoeker Daniel Gilbert, auteur van onder andere het belangwekkende Stumbling on Happiness (2006), ontdekte namelijk dat het soort geluk waar de meeste filosofen en politici zich op baseerden slechts deels verantwoordelijk is voor ons welzijn. Dit geluk, door Gilbert „natuurlijk geluk” genoemd, ontstaat wanneer we onze wensen vervuld zien of onze doelen bereiken – je zou het een soort ‘tevredenheid’ kunnen noemen.

Maar, constateerde Gilbert, onze gemoedstoestand is evenzeer deels afhankelijk van wat hij „synthetisch” of „adaptief” gelukt noemt. De mens blijkt zijn mate van tevredenheid namelijk doorlopend aan de omstandigheden aan te passen – ook (of juist) als de gestelde doelen niet worden bereikt. Zo bleken mensen die te horen kregen dat zij de loterij hadden gewonnen, na enkele weken nét zo gelukkig te zijn als mensen die te horen hadden gekregen dat ze verlamd waren geraakt. Beiden groepen ‘synthetiseerden’ als het ware de situatie, zodat hun tevredenheid op peil bleef. Ze pasten hun verwachtingen van het leven aan en bleven zo relatief gelukkig.

Een bekend voorbeeld van deze adaptieve reactie was afkomstig van PvdA-leider Wouter Bos na de verkiezingen van 2006. Lange tijd zag het er naar uit dat Bos, die in de peilingen op liefst 50 zetels had gestaan, premier zou worden. Niettemin leed de partij een enorme nederlaag en Bos moest genoegen nemen met het vicepremierschap. De PvdA-leider concludeerde toen, drie maanden later, in de Wouter Tapes dat hij er „misschien nog wel gelukkiger van wordt in deze rol dan als het echt gelukt zou zijn” en overtuigde zichzelf ervan dat hij tijdens de formatie „meer had binnengehaald dan als de PvdA de grootste partij was geworden”.

Deze reactie, constateerde Gilbert, hebben mensen voortdurend: wat we krijgen waarderen we, maar wat we niet krijgen, trivialiseren we evenzeer. Dit ontdekte hij toen hij een aantal proefpersonen zeven schilderijen op volgorde van mooi naar lelijk liet leggen en hen daarna vertelde dat zij voorkeur 3 of voorkeur 4 naar huis mochten nemen. Na enkele weken bleek de voorkeur van de meeste mensen veranderd: het schilderij dat men mocht meenemen werd hoger gewaardeerd, terwijl het schilderij dat men niet gekozen had in aanzien was gedaald.
U zult zich inmiddels afvragen: hoe ontkracht dit nu de theorie van Epicurus (en zijn liberale volgelingen) dat keuzevrijheid een cruciale voorwaarde voor geluk is? Welnu, Gilbert ontdekte dat het adaptieve soort geluk zich niet of nauwelijks voordoet wanneer mensen te veel keuzevrijheid wordt gegeven. Toen de ene groep proefpersonen werd verteld dat hun keuze voor het schilderij definitief zou zijn, trad de synthese wel op: mensen werden positiever over hun eigen schilderij en negatiever over het schilderij dat ze links lieten liggen.
Maar tegen de andere groep werd verteld dat hun keuze niet definitief was: zij mochten er in een later stadium nog op terugkomen. Het gevolg was dat de meeste proefpersonen gingen twijfelen. Heb ik de juiste keuze gemaakt? Is het andere schilderij niet toch mooier? Staat dit schilderij wel goed bij mijn bank? Hun keuzevrijheid was dus groter, maar hun tevredenheid nam daardoor ook gaandeweg af. Bij een meerderheid resulteerde dat zelfs in een verandering van schilderij – zo ongelukkig werden ze uiteindelijk met hun keuze.
De les die hieruit getrokken kan worden is dat meer keuzevrijheid niet altijd bijdraagt aan meer geluk. Want, in zekere zin veroorzaakt een gebrek aan keuzes een gevoel van ‘berusting’, die op zijn beurt leidt tot tevredenheid met wat je hebt. Dat deze synthetische kant van geluk sterk verwaarloosd wordt in onze maatschappij en filosofie is overigens niet verwonderlijk, zegt Gilbert: ze staat haaks op onze kapitalistische, meritocratische economie, die drijft op het feit dat mensen altijd méér willen bereiken en verdienen dan ze al hebben. Onze samenleving richt zich dus vooral op het ‘natuurlijke geluk’: de vruchten van onze successen.
Dat heeft zo zijn voordelen: het maakt mensen ambitieus en eerzuchtig. Maar het nadeel schuilt in ons gebrek aan synthetisch geluk. We voelen ons snel ontevreden, onzeker en zelfs schuldig als we niet voldoen aan de eisen die de maatschappij aan ons stelt. We ervaren dan keuzestress (‘is dit wel het juiste om te doen?’) of statusangst (‘ben ik wel goed genoeg om dit te doen?’). Vooral vrouwen – zo leert mijn ervaring althans – lijden hieraan, omdat zij geneigd zijn verder vooruit te denken en dus, bij het maken van keuzes, sneller onzeker worden.
Voor die mensen kan de filosofie van de Duitse denker Friedrich Nietzsche (1844-1900) een uitkomst zijn. Want, geheel in lijn met de bevindingen van Daniel Gilbert, stelde Nietzsche dat schuldgevoel, statusangst en zelftwijfel eigenlijk ondeugden zijn die niet bijdragen aan ons welzijn.
Integendeel, hij beschouwde het hebben van een slecht geweten, in welke zin dan ook, zelfs als een „zelfopgelegde wreedheid”, die gepropageerd werd door het christendom om mensen volgzaam te houden. Om hieraan te ontkomen, suggereerde Nietzsche een alternatieve levensstijl die hij „de eeuwige wederkeer” doopte: leef je leven zo, alsof je hem tot in het oneindige zou willen herbeleven. Of, vrij vertaald: sta achter iedere keuze die je maakt, ongeacht hoe zij uitpakt.

Dit is precies de houding die zou kunnen worden onderschreven met het onderzoek van Gilbert. Want Nietzsche zegt hiermee eigenlijk: beperk je eigen keuzevrijheid door iedere keuze die je maakt per definitie als ‘juist’ te beschouwen. Dat neemt de angst weg waar onzekere mensen – die Gilbert ook in zijn onderzoek trof – namelijk vaak aan ten prooi vallen: de angst dat hun keuze de ‘verkeerde’ zou kunnen zijn, waar ze dan aan ‘vast zitten’. Volgens Nietzsche is dit onzin: je kunt iedere keuze immers ongedaan maken met een nieuwe keuze – anders was het geen keuze. In een dergelijk zelfvertrouwen, zegt Nietzsche, schuilt het ware geluk.

Onthoud dat, twijfelaars.

Verschenen in nrc.next op 9 september 2009.



Auteur: Rob Wijnberg
Datum: 09 september 2009


Reacties

Er heeft nog niemand gereageerd op deze pagina.

RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties

Plaats uw reactie