bezige bij nrc.next
Bestel het boek Dus ik ben. Bestel het boek Nietzsche en Kant lezen de krant. Bestel het boek In dubio Bestel het boek Boeiuh

Over In Dubio


Indrukwekkend en verhelderend boek dat gelezen zou moeten worden door iedereen die meent te weten wat wel en wat niet gezegd mag worden.

NRC Handelsblad

Absoluut het beste wat ik over het onderwerp vrijheid van meningsuiting heb gelezen.

Theodor Holman, De Groene Amsterdammer

Dit boek komt net op tijd. Een overtuigend antwoord op de vijanden van de vrije meningsuiting en de open samenleving.

Dirk Verhofstadt, Liberales


Over Boeiuh


Wijnberg blinkt uit in sociologische en filosofische duidingen van alledaagse fenomenen

De Volkskrant

Wijnberg schetst een niet onaangenaam vooruitzicht, zelf voor journalisten

Brabants Dagblad

Intrigerend essay over de mini-problemen van de huidige jeugd

NRC Handelsblad

Applaus voor Rob Wijnberg. Iedereen zou dit boek moeten lezen om te weten waarom jongeren zijn zoals ze zijn

Limburgs Dagblad

21 april 2010
Door: Rob Wijnberg

De SGP mag niet langer vrouwen weren van haar kieslijsten, stelde de Hoge Raad afgelopen week.  Want: in Nederland geldt het gelijkheidsbeginsel.  Maar hoe ziet het dan met de vrijheid van vereniging?  Het lijkt een haast onoplosbaar dilemma. En dat is het ook, zegt de Amerikaanse filosoof Stanley Fish. Tenminste, als je het probleem principieel blijft benaderen. Want dan, zegt Fish, eindig je altijd in een paradox. De SGP rest dus niet veel meer dan een pragmatische oplossing: opgaan in een politieke beweging zonder leden.

Waarom universele principes eigenlijk niet bestaan

Volgens Stanley Fish kun je niet boven een principieel conflict uitstijgen zonder te eindigen in een paradox

Door Rob Wijnberg

Elke woensdag bespreekt Rob Wijnberg een filosofisch dilemma naar aanleiding van een actuele gebeurtenis.

Vandaag: de SGP en het probleem met principes.

De Hoge Raad heeft besloten dat de SGP vrouwen niet langer hun passief kiesrecht mag ontzeggen door ze uit te sluiten van haar kieslijsten. Daarbij verwijst het hoogste rechtsorgaan naar het discriminatieverbod zoals vastgelegd in artikel 1 van de Grondwet en naar het Europese Vrouwenverdrag waarin expliciet staat geschreven dat vrouwen het recht hebben ‘verkiesbaar te zijn in alle openbaar gekozen lichamen’. Het verweer van de partij dat haar ‘vrouwenstandpunt’ en de daaruit voortvloeiende praktijk, gebaseerd is op een Bijbelse grondslag en dus valt onder de vrijheid van godsdienst, werd door de Hoge Raad verworpen. De godsdienstvrijheid mag geen vrijbrief zijn om anderen hun grondrechten te ontzeggen, oordeelde zij.

Met deze uitspraak heeft de Hoge Raad niet veel meer gedaan dan wat van haar gevraagd wordt: de wet toepassen. Dat de SGP vrouwen niet alleen in woord maar ook in daad discrimineert door ze principieel uit te sluiten van bestuursfuncties, is evident – en dat is nu eenmaal bij wet verboden. Gezien de formulering van het Vrouwenverdrag konden de rechters moeilijk tot een ander oordeel komen.

Toch kwam het vonnis de Hoge Raad op veel kritiek te staan. Rechtsfilosoof Matthijs de Blois betichtte de rechters in het Reformatorisch Dagblad van een „omkering van waarden” door het gelijkheidsbeginsel boven de godsdienstvrijheid te stellen. NRC Handelsblad constateerde in een commentaar dat het discriminatieverbod kennelijk „zwaarder weegt dan de vrijheden van godsdienst, van vereniging en van meningsuiting” en vroeg zich vervolgens af of het wel zo nodig was om de SGP „geforceerd” tot inkeer te brengen.

Deze kritieken verdienen weerwoord. Dat er sprake zou zijn van een onheuse ‘omkering van waarden’ is natuurlijk een retorische truc: alsof hiervóór de godsdienstvrijheid boven het gelijkheidsbeginsel stond. Dat staat nergens in de wet geschreven en ligt in een seculiere rechtsstaat – met rechtsgelijkheid als een van de meest fundamentele beginselen – ook allerminst voor de hand. Bovendien wordt dat beginsel in het vonnis ook niet ondergeschikt gemaakt aan de vrijheid van meningsuiting, zoals het commentaar in de NRC wel suggereerde.

Het staat de SGP immers nog steeds volledig vrij om haar standpunt uit te dragen dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen en daarom niet tot bestuursfuncties zouden moeten worden toegelaten. Het wordt de partij ook niet verboden om – net als de PVV – te pleiten voor afschaffing van het gelijkheidsbeginsel. Ze mag die opvatting alleen niet in praktijk brengen, zolang dat beginsel in de wet verankerd ligt – een subtiel maar cruciaal verschil.

Volgens de filosoof Ger Groot wringt daar echter juist de schoen. In een opiniestuk getiteld ‘Bescherm de SGP of verkwansel de rechtsstaat’ stelt hij dat het vonnis „de fundamenten van de parlementaire democratie aantast” door de SGP te dwingen zich anders te organiseren dan haar eigen gedachtegoed voorschrijft. Daarmee veroordeelt de Hoge Raad de partij tot een „performatieve tegenspraak”, aldus Groot: „In haar handelen en gestalte moet de partij iets anders doen uitschijnen dan wat zij aan diepste overtuiging omhelst. Daarmee wordt zij gedwongen tot een ongeloofwaardigheid die de verdediging van haar ideeën feitelijk onmogelijk maakt en haar politieke vrijheid beknot.” Volgens Groot kan de SGP door het arrest haar vrouwenstandpunt nu niet meer „op coherente wijze” tot uitdrukking brengen.

Deze redenatie is buitengewoon merkwaardig en problematisch. Volgens Groot kan een partij haar ideeën kennelijk alleen op een coherente en geloofwaardige manier uitdragen als zij ook de vrijheid heeft ernaar te handelen. Sterker nog, wanneer die handelingsvrijheid ontbreekt, maakt dat de verdediging van een opvatting zelfs „feitelijk onmogelijk”, stelt hij. Dat lijkt mij een volstrekt onhoudbare positie.

Had de onlangs opgeheven Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit, beter bekend als de ‘pedopartij’, dan ook het recht om – op laste van coherentie en geloofwaardigheid – binnen de muren van haar vereniging seks met minderjarigen te hebben, zoals zij in haar beginselenverklaring voorstond? En moet het een partij die pleit voor vrij wapenbezit dan ook automatisch worden toegestaan om pistolen naar hun vergaderingen mee te nemen, omdat de staat hen anders dwingt tot een „performatieve tegenspraak”? Nee, want juist dát zou de rechtsstaat buitenspel zetten: het koesteren van een opvatting zou dan al voldoende grond zijn om iedere wet die ermee in strijd is te overtreden.

Niettemin stipt Groot wel een ingewikkeld dilemma aan. Feit blijft namelijk dat de SGP zich wil verenigen op een manier die haaks staat op het principe van gelijkheid tussen man en vrouw – en de vraag is of het principe van vrijheid van vereniging, dat ook in de grondwet verankerd ligt, daarvoor de ruimte biedt of niet. Het probleem is dat dit conflict niet principieel op te lossen is. De enige rationele uitweg is om het ene principe boven het andere te stellen, maar daarmee raakt het ondergeschikte principe automatisch zijn principiële status kwijt – een principe waar op af te dingen valt is immers geen principe meer. Het verliest dan zijn ‘algemene geldigheid’.

Dit probleem is ooit haarscherp beschreven door de Amerikaanse filosoof Stanley Fish in zijn boek The Trouble with Principle (1999). Volgens Fish wekken principes – van welke soort dan ook – de suggestie dat ze „objectief”, „onpartijdig” en „boven de politiek verheven” zijn (omdat ze voor iedereen evenzeer opgaan), terwijl ze dat in werkelijkheid niet kunnen zijn. Principes krijgen volgens Fish namelijk pas betekenis „in relatie tot de politieke [en dus partijdige] agenda waarvoor ze worden aangewend”. Dat betekent dat ze in de praktijk nooit de ‘algemene geldigheid’ kunnen waarmaken die ze in theorie beloven.

Een algemeen geldend principe is volgens Fish zelfs „inherent tegenstrijdig”. Je kunt je niet verenigen zonder anderen uit te sluiten (want waartoe verenig je je dan?), zoals je ook niet iedereen gelijk kunt behandelen (want wat doe je dan met mensen die discrimineren?). Anders gezegd, principes moeten ‘absoluut’ begrepen worden (anders zijn het geen principes meer), maar kunnen nooit ‘absoluut’ worden toegepast (want dan raken ze in conflict met zichzelf). Fish stelt daarom ook, enigszins retorisch, dat principes „eigenlijk niet bestaan”, omdat ze óf voor iedereen evenzeer opgaan (en daardoor ontdaan zijn van hun inhoud), óf het belang van de ene partij boven die van een andere stellen (en daardoor niet meer principieel zijn).

Dat een beroep op universele principes leidt tot deze paradox, kwam ook duidelijk naar voren in een conflict tussen vrijwilligersorganisatie Humanitas en haar districtbestuurder René Eekhuis, die tevens PVV-raadslid in Almere is. Humanitas eiste het vertrek van Eekhuis, omdat de vereniging grote bezwaren had tegen het discriminerende gedachtegoed van zijn partij – met name het verbod op hoofddoekjes. „Wij bieden hulp aan iedereen, met of zonder hoofddoekje”, stelde de organisatie. Eekhuis weigerde echter te vertrekken, omdat zijn politieke voorkeur volgens hem geen legitieme grondslag was om hem van de vereniging uit te sluiten: je moet iemand „niet beoordelen op wat hij politiek vindt, maar op wat hij doet”, stelde hij.

Het verweer van Eekhuis is natuurlijk uiterst hypocriet, gezien het feit dat zijn partij niets anders doet dan mensen uitsluiten op grond van hun „politieke ideologie” in plaats van ze te beoordelen op ‘wat ze doen’. Dat is zelfs de reden waarom de PVV af wil van het gelijkheidsbeginsel. Maar tegelijkertijd verkeert Humanitas in diezelfde filosofische spagaat: ze hekelt de PVV vanwege haar uitsluiting van mensen op grond van hun opvattingen, maar weigert om dezelfde reden samen te werken met een PVV’er. Beide partijen beroepen zich dus op de ‘universaliteit’ van het gelijkheidsbeginsel en komen zo in conflict met hun eigen principe: de PVV eist een hoofddoekverbod uit naam van gelijkheid tussen man en vrouw en sluit daarom zelf categorisch moslims uit – en Humanitas eist gelijkheid van moslim en niet-moslim en sluit daarom zelf categorisch PVV’ers uit.

Volgens Fish is er geen filosofische oplossing die deze paradox ‘overstijgt’. Je kunt slechts „ad hoc partij kiezen”, zegt hij. Dat heeft de Hoge Raad ook gedaan: zij koos partij voor de vrouwenorganisatie Clara Wichman ten koste van de SGP. Laatstgenoemde rest nu slechts een pragmatische uitweg. De partij kan bijvoorbeeld een vrouw op een onverkiesbare plek op de kieslijst zetten. Of ze kan zich omdopen tot ‘politieke beweging’ zonder leden. Dan kunnen er geen vrouwen lid worden, maar kan het niet worden aangemerkt als discriminatie omdat niemand lid kan worden. Zo houdt de PVV ook ‘legaal’ moslims buiten de deur. Ik ben benieuwd wat die partij van zo’n constructie zou vinden als het vrouwen treft.

Verschenen in nrc.next op 21 april 2010.


Reacties

  • Er zijn principes die hoger liggen dan andere 'meningen'. Deze zijn vastgelegd in de grondwet. Wanneer we de grondwet willen veranderen dan willen we de hogere principes veranderen, dat kan maar is zeer moeilijk gelukkig. Ondertussen zijn er partijen zoals de SGP die verboden moeten worden omdat zij de grondwet geweld aan doen. Idem mogelijk Geert Wilders zoals zal blijken uit de lopende rechtszaak. Maar de SGP had nooit mogen bestaan in haar huidige vorm en het is een Nederlandse schande dat deze partij wel is 'getolereerd' totdat er een grote groep moslims in Nederland verschenen en de urgentie daarmee toenam om de grondrechten beter te beschermen.

    door Milan van Opmeer
    31/05/2010 om 21:08
    (3 maanden geleden)

  • Er zijn principes die hoger liggen dan andere 'meningen'. Deze zijn vastgelegd in de grondwet. Wanneer we de grondwet willen veranderen dan willen we de hogere principes veranderen, dat kan maar is zeer moeilijk gelukkig. Ondertussen zijn er partijen zoals de SGP die verboden moeten worden omdat zij de grondwet geweld aan doen. Idem mogelijk Geert Wilders zoals zal blijken uit de lopende rechtszaak. Maar de SGP had nooit mogen bestaan in haar huidige vorm en het is een Nederlandse schande dat deze partij wel is 'getolereerd' totdat er een grote groep moslims in Nederland verschenen en de urgentie daarmee toenam om de grondrechten beter te beschermen.

    door Milan van Opmeer
    31/05/2010 om 21:08
    (3 maanden geleden)

  • test

    door test
    21/04/2010 om 21:06
    (5 maanden geleden)

  • Dank Rob, een paar heerlijke minuten bij het lezen van jouw artikel in NRC,Next. Een pareltje tussen al die nieuws-ellende. Iets waarover ik kan nadenken en bedachtzaam mijmeren...

    door Fred Hendriks
    21/04/2010 om 19:32
    (5 maanden geleden)

  • Klopt Wouter, dat was ik vergeten te melden. Ze hebben inderdaad geen plicht vrouwen op de lijst te zetten. Dank voor je aanmerking. Rob

    door Rob Wijnberg
    21/04/2010 om 18:51
    (5 maanden geleden)

  • De SGP kan ook gewoon geen vrouwen op de kieslijst zetten. Dat beslist de kandidatencommissie. De SGP hoeft vrouwen niet op de kandidatenlijst te zetten maar de SGP mag hen niet meer weigeren vanwege hun vrouw-zijn.

    door Wouter Leenders
    21/04/2010 om 18:22
    (5 maanden geleden)

RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties

Plaats uw reactie