Over In Dubio
Indrukwekkend en verhelderend boek dat gelezen zou moeten worden door iedereen die meent te weten wat wel en wat niet gezegd mag worden.
NRC Handelsblad
Absoluut het beste wat ik over het onderwerp vrijheid van meningsuiting heb gelezen.
Theodor Holman, De Groene Amsterdammer
Dit boek komt net op tijd. Een overtuigend antwoord op de vijanden van de vrije meningsuiting en de open samenleving.
Dirk Verhofstadt, Liberales
Over Boeiuh
Wijnberg blinkt uit in sociologische en filosofische duidingen van alledaagse fenomenen
De Volkskrant
Wijnberg schetst een niet onaangenaam vooruitzicht, zelf voor journalisten
Brabants Dagblad
Intrigerend essay over de mini-problemen van de huidige jeugd
NRC Handelsblad
Applaus voor Rob Wijnberg. Iedereen zou dit boek moeten lezen om te weten waarom jongeren zijn zoals ze zijn
Limburgs Dagblad
Door: Rob Wijnberg
De vrije wil bestaat niet en het 'ik' is een illusie. Dat zijn de twee meest ovpallende stelling uit het recente verschenen boek De vrije wil bestaat niet (2010) van neurowetenschapper Victor Lamme. Met zijn deterministische benadering van het vrijewilprobleem (wat zijn nu werkelijk de oorzaken van onze beslissingen) voegt Lamme zich in een lange filosofische traditie, waartoe onder andere Thomas Hobbes behoort. Maar de vraag blijft: wie besloot dan dit boek te schrijven?
De vrije wil bestaat niet, zegt de neurowetenschap
Maar geen enkele wetenschapper kan ooit een andere conclusie trekken
Door Rob Wijnberg
Elke woensdag bespreekt Rob Wijnberg een filosofisch dilemma naar aanleiding van een actuele gebeurtenis.
Vandaag: is de ‘ik’ die wij ervaren een illusie?
Op de zin van het leven en de definitie van waarheid na is er geen enkel ander onderwerp dat filosofen de afgelopen tweeduizend jaar zo heeft beziggehouden als de vrije wil. De laatste decennia mengen ook steeds meer wetenschappers zich in het debat over deze hardnekkige filosofische kwestie: is de mens vrij om te doen en te laten wat hij zelf wil of is hij toch eerder het stuurloze product van onbeheersbare invloeden van buitenaf? In de filosofie is over die vraag nooit enige overeenstemming bereikt, maar in andere academische velden – variërend van de psychologie tot de neurowetenschap – neigt men steeds meer naar dat laatste.
Dat is voor een groot deel te danken aan de fysioloog Benjamin Libet (1916-2007), die in de jaren 70 en 80 onderzocht hoe beslissingen in de hersenen tot stand komen. Hij ontdekte dat de hersenimpuls die leidt tot een handeling circa 200 milliseconden eerder plaatsvindt dan dat de mens zich ervan bewust wordt. Zijn conclusie was dan ook dat er geen bewust wilsbesluit voorafgaat aan het menselijke handelen, maar dat, omgekeerd, de handeling voorafgaat aan het denken. Van een ‘vrije wil’ is dus geen sprake, aldus Libet: de mens kan hoogstens ‘ja’ of ‘nee’ zeggen tegen de neurologische impulsen die spontaan in zijn hersenen ontstaan.
Diezelfde stelling wordt nu ook verdedigd door de cognitiewetenschapper Victor Lamme in zijn onlangs verschenen boek De vrije wil bestaat niet (2010). Aan de hand van een aantal voorbeelden, zoals slaapwandelende moordenaars, laat Lamme zien dat onze beslissingen helemaal niet zo bewust en rationeel tot stand komen als veel filosofen lange tijd hebben verondersteld. De rede is niets meer dan een „kwebbeldoos”, zegt Lamme: hij stuurt onze besluiten niet, maar ‘becommentarieert’ ze slechts achteraf. Het idee dat mensen een ‘ik’ hebben die bepaalt wat we doen is volgens Lamme dan ook een „regelrechte vergissing”: „Het ‘ik’ is een illusie, een vreemd samenstel van functies die in eerste instantie dienen voor het functioneren in een sociale omgeving.”
Hoewel de wetenschappelijke experimenten waarop Lamme zich baseert van recente datum zijn, is de conclusie die hij eruit trekt alles behalve nieuw. Drie eeuwen voor Christus kwamen de Stoïcijnen al tot een soortgelijke conclusie. Deze Oud-Griekse filosofen hingen een zogenoemd causaal deterministisch wereldbeeld aan: zij geloofden dat de wereld en de kosmos één groot samenhangend geheel vormden waarin iedere gebeurtenis werd voorafgegaan door een oorzaak.
Daaronder vielen dus ook onze handelingen: het menselijke bestaan werd volledig bepaald door oorzakelijke wetmatigheden. Deze visie bracht de Stoïcijnen in filosofisch conflict met hun eigen ethische theorie, waarin ze de mens wél autonomie toedichtten en hem opriepen een deugdzaam leven te leiden – hetgeen onmogelijk lijkt in een gedetermineerd universum.
Deze vorm van determinisme lijkt sterk op het biologische determinisme van Libet en Lamme. Ook zij gaan ervan uit dat de mens bepaald wordt door oorzaken buiten zijn controle om. In het Stoïcijnse wereldbeeld ontbrak echter de neurologische component – het was de alomvattende kosmos waarin de loop van de geschiedenis reeds lag voorbestemd. Wat dat betreft toont de huidige wetenschappelijke kijk op het menselijke handelen veel meer gelijkenis met de visie van de Britse denker Thomas Hobbes (1588-1679).
Hij stelde als eerste denker in de westerse traditie dat ons handelen volledig werd bepaald door fysieke driften (begeerte en aversie), die geen ruimte lieten voor vrije wilsbesluiten. Beslissingen waren voor hem niets meer dan het noodzakelijke gevolg van de verlangens die hen hadden veroorzaakt. Toch liet hij wel enige ruimte voor het begrip vrijheid: de mens was ‘vrij’ voor zover zijn handelingen in overeenstemming waren met zijn verlangens. Vrijheid was voor Hobbes dus een vorm van vrijwilligheid: zolang iemand niet gedwongen werd te doen wat hij niet verlangde, was er sprake van ‘vrije wil’. Maar over de verlangens zelf hij had geen zeggenschap – analoog aan de spontane hersenimpulsen van Libet en Lamme.
Juist dát uitgangspunt staat haaks op de theorie van Verlichtingsdenker Immanuel Kant (1724-1804), die – samen met de rationalist René Descartes (1596-1650) – als een van de meest invloedrijke verdedigers van de vrije wil kan worden beschouwd. Volgens Kant was de mens namelijk wel in staat om zijn driften en verlangens te beteugelen, omdat hij beschikte over een rationele faculteit.
Een roker kan bijvoorbeeld – onder andere door het effect dat nicotine heeft op de hersenen – een enorme aandrang voelen om een sigaret op te steken, maar tóch besluiten om dat niet te doen. In de Kantiaanse theorie wordt de vrije wil dan ook opgevat als een causa sui – oftewel: een oorzaak van zichzelf. Zoals Kant het formuleerde: „De wil is vrij voor zover hij zichzelf de wet kan opleggen.” Niet de aandrang, maar de wil bepaalt dus uiteindelijk wat hij ‘wil’.
Dit plaatje lijkt nu door de neurowetenschap definitief achterhaald verklaard. Onderzoek laat immers zien dat de wil helemaal geen causa sui is, maar wordt aangestuurd door voorafgaande en oncontroleerbare neurologische processen. Toch is er, in filosofische zin, wel een bezwaar tegen deze conclusie aan te voeren. Dat de vrije wil niet bestaat, is namelijk een conclusie die al in de wetenschappelijke benadering van het probleem besloten zit. Ten grondslag aan de empirische wetenschap – de quantummechanica uitgezonderd – liggen immers drie fundamentele denkcategorieën: tijd, ruimte en causaliteit.
Dat betekent dat een wetenschapper ieder object van onderzoek per definitie plaatst in een tijdspanne, een locatie en een oorzakelijk verband. Op die manier verklaart hij de ‘oorsprong’ van een bepaald fenomeen of een bepaalde gebeurtenis. Met andere woorden: de empirische wetenschap is gebaseerd op het causale determinisme dat de vrije wil ontkracht. De premisse is immers dat ieder fenomeen Y op tijdstip T2 een oorzaak X op tijdstip T1 heeft. De conclusie dat iets ‘oorzaak van zichzelf’ is, is dus bij voorbaat uitgesloten: zoiets valt empirisch niet aan te tonen.
Zodra neurowetenschappers zoals Libet en Lamme de menselijke wil dus tot object van onderzoek maken – en daarmee automatisch plaatsen in een tijd (de neurologische impuls vindt 200 milliseconden eerder plaats dan de handeling), een ruimte (de hersenen) en een causaal verband (de impuls gaat vooraf aan de beslissing) – kunnen zij niet anders dan concluderen dat de wil van buitenaf gedetermineerd en dus niet ‘vrij’ is. Zou een verband tussen de externe oorzaak X (de hersenimpuls) en de gebeurtenis Y (het wilsbesluit) zijn uitgebleven, dan zou hun conclusie ook niet zijn dat de wil vrij is, maar eerder dat het onderzoek niks heeft uitgewezen.
Het voorgaande wil overigens niet zeggen dat de wetenschappelijke benadering ‘foutief’ of ‘onwaar’ is, maar wel dat ze bij voorbaat de stelling uitsluit die men zegt te onderzoeken. Daarom stelt Lamme ook dat „onverwacht gedrag” van mensen niet wijst op het bestaan van een vrije wil, maar eerder op een „falen van de voorspelmodule”: zouden we in staat zijn om „de volledige geschiedenis van een brein” in kaart te brengen, dan zouden we volgens Lamme daarmee alle eruit voortvloeiende gedragingen kunnen voorspellen. Ergo: wilsvrijheid kent geen plaats in het causale determinisme waarop het wetenschappelijke model van de wereld is gebaseerd.
Deze zienswijze is allerminst onzinnig, maar het problematische blijft dat onze alledaagse ervaring anders leert: ieder mens ervaart wel degelijk een autonome ‘ik’ die meester is over de beslissingen die hij neemt. De grote vraag is dan ook op grond waarvan de neurowetenschapper tot de conclusie komt dat die ‘ik’ niet samenvalt met het brein. Dat is immers de impliciete aanname die zowel Libet als Lamme hanteert wanneer zij stellen dat de neurologische impulsen in onze hersenen ‘buiten onszelf om’ plaatsvinden. Hoe bepalen ze dat?
Je kunt immers evengoed stellen dat die processen in onze hersenen, op het moment dat ze ons bewustzijn binnendringen, onderdeel worden van de ‘ik’ die we ervaren – en dat we er daarom controle over kunnen uitoefenen. Zou die ‘ik’ inderdaad niets meer zijn dan een „illusie”, zoals Victor Lamme schrijft, dan rest hem slechts deze vervolgvraag: wie besloot dan om dat op te schrijven? Victor Lamme of ‘zijn brein’?
Verschenen in nrc.next op 14 april 2010.
Reacties
-
De Amerikaanse filosoof Daniël Dennet heeft er al eens op gewezen dat indeterminisme - gebeurtenissen of toestanden zonder oorzaak - de vrije wil net zo min redt als het determinisme. Bij een wil die toevallig is ofwel handelingen die willekeurig zijn, kan immers ook geen sprake zijn van 'een vrije wil' of 'vrije handelingen'.
Bijzonder is dat Dennet de vrije wil redt zonder het deterministische perspectief, waarop zoveel empirische wetenschap gebaseerd is, te verlaten. Hij doet dit door, heel slim, een graduele vrije wil te veronderstellen. Zijn redenatie is als volgt. Tijdens de evolutie hebben verschillende organismen zich volgens Darwiniaanse principes - zoals natuurlijke selectie - zich aan hun omgeving aangepast. Sommige dieren hebben daarbij een geavanceerd centraal zenuwstelsel ontwikkeld. De intelligentie van dieren en de mate waarin zij een vrije wil hebben, wordt volgens Dennet dus bepaald door de mate waarin zij op verschillende manieren op hun omgeving (kunnen) reageren. Een mier zal met zijn beperkte brein dus voorspelbaarder en dus ook minder vrij op stimuli uit zijn omgeving reageren dan, laten we zeggen een chimpansee of een bonobo. In zijn boek 'Freedom Evolves' maakt Dennet ook duidelijk dat met de evolutie van taal mensachtigen een machtig instrument kregen om de werkelijkheid vanuit verschillende invalshoeken te kunnen visualiseren en conceptualiseren. Daarmee steeg het aantal mogelijkheden om op verschillende manieren met de werkelijkheid om te gaan dramatisch. Het was met name deze laatste evolutionaire stap die ons mensen 'vrij' heeft gemaakt. In die zin is het dus ook niet gek dat veel van ons ervan overtuigd zijn dat wij, hoewel gedetermineerd, toch 'vrij' zijn: in onze gedachten zijn er immers zo veel scenario's mogelijk waaruit we kunnen kiezen, zo veel scripts die werkelijkheid kunnen worden.door Willem Hoksbergen
27/07/2010 om 09:04
(1 maand geleden)
-
volgens mij is het vrij duidelijk dat de vrije wil niet bestaat. Een fractie voordat je iets denkt weet je nog niet dat je het gaat denken. Het is niet zo dat je je eigen gedachtens bedenkt. En keuzes zijn ook maar gewoon gedachtens, want een fractie voordat je een keuze maakt weet je ook nog niet wat de uitkomst is van je keuze. Dus je brein produceert die keuze gewoon, nadat ie allerlei afwegingen heeft gemaakt. En wij zijn daarom gewoon een product van ons brein. gr Wouter
door
23/07/2010 om 14:05
(1 maand geleden)
-
Is de filosofie niet ook een wetenschap, die zich baseert op causaal verband in redeneringen? En als dat niet zo is, kan er filosofisch gezien niets gezegd worden over vrije wil.
door Ruud
06/06/2010 om 00:33
(3 maanden geleden)
-
Vervang nu eens "Vrij wil" door "kleine Kaboutertjes". En de gehele argumentatie is nog steeds even geldig.
Ik begrijp niet waarom ik de vrij wil door deze essay waarschijnlijker moet vinden.door Alexander Schrijver
23/05/2010 om 16:14
(3 maanden geleden)
-
Hallo,
Volgens mij doet Thomas Metzinger een goede poging die ervaring van een zelf en een vrije wil te verklaren in zijn boek Being No One. Verder is natuurlijk het boek Mindfield van Lone Franken erg interessant in deze context. Zij gaat in op de vraag wat al deze wetenschappelijke kennis met ons zelfbeeld, ons mensbeeld doet. Zien we onszelf straks echt als een zak neuronen? Gaan we elkaar echt behandelen als uitingen van genen en hormonen? Ik denk dat er best wat voor te zeggen is om het 'ouderwetse' perspectief vast te houden en te blijven geloven in redenen en motieven.
Met vriendelijke groet,
Jasperdoor Jasper Vos
03/05/2010 om 19:02
(4 maanden geleden)
-
ik lijd aan dit probleem: namelijk dat ik vaak heel veel wil maar dat het nooit gebeurt. kan ik dan zeggen dat het een gevolg is van mijn wil die toch blijkbaar verschillend is dan mijn aandrang? volgens de psycholoog was ik gewoon lui en lag het niet in mijn mogelijkheden om te bereiken wat ik wou.
door rudy
23/04/2010 om 19:23
(4 maanden geleden)
-
goed dat je het koppelt aan het causale (een-dimensionale) denken Rob. het ik is waarschijnlijk meer holistisch (multidimensioneel) van aard. het wordt tijd voor ruimere paradigma's! gr Kees
door kees Razenberg
23/04/2010 om 08:59
(5 maanden geleden)
RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties
Plaats uw reactie
Rob Wijnberg (Winschoten, 1982) studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was opinieredacteur van nrc.next, de krant waarvoor hij nog steeds columns en essays schrijft. Hij publiceerde eerder Boeiuh!, een strijdbaar pamflet ter verdediging van zijn generatie, en In dubio, een prikkelend betoog over de vrijheid van meningsuiting.
...
> Lees verder

