Over In Dubio
Indrukwekkend en verhelderend boek dat gelezen zou moeten worden door iedereen die meent te weten wat wel en wat niet gezegd mag worden.
NRC Handelsblad
Absoluut het beste wat ik over het onderwerp vrijheid van meningsuiting heb gelezen.
Theodor Holman, De Groene Amsterdammer
Dit boek komt net op tijd. Een overtuigend antwoord op de vijanden van de vrije meningsuiting en de open samenleving.
Dirk Verhofstadt, Liberales
Over Boeiuh
Wijnberg blinkt uit in sociologische en filosofische duidingen van alledaagse fenomenen
De Volkskrant
Wijnberg schetst een niet onaangenaam vooruitzicht, zelf voor journalisten
Brabants Dagblad
Intrigerend essay over de mini-problemen van de huidige jeugd
NRC Handelsblad
Applaus voor Rob Wijnberg. Iedereen zou dit boek moeten lezen om te weten waarom jongeren zijn zoals ze zijn
Limburgs Dagblad
Door: Rob Wijnberg
In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Almere zijn onderhandelingen tussen de grootste partijen in de gemeenteraad inmiddels stukgelopen. De PvdA sluit de PVV en de Leefbaren uit, D66 wil niet langer in zee met de PvdA. Daarbij valt steeds hetzelfde verwijt te beluisteren: partijen uitsluiten zou ondemocratisch zijn. Is dat zo? Het antwoord hangt af van je visie op de aard en functie van het politieke proces. Is politiek een voortdurende strijd om macht of een rationele zoektocht naar samenwerking?
Is elkaar uitsluiten ondemocratisch of juist niet?
Brede coalities lopen stuk op ideologische conflicten. Volgens filosofe Bonnie Honig niet per se een slecht teken
Door Rob Wijnberg
Elke woensdag bespreekt Rob Wijnberg een filosofisch dilemma naar aanleiding van een actuele gebeurtenis.
Vandaag: is elkaar uitsluiten ondemocratisch of niet?
Nederland mag dan een coalitieland zijn, met de collegevorming in de grote steden wil het na de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart nog niet echt vlotten. De kloof tussen de partijen blijkt vaak zo groot dat het een vruchtbare samenwerking onmogelijk maakt. Zo weigerde D66 in Amsterdam nog langer te onderhandelen met de PvdA, nadat deze partij – geheel tegen het principe van D66 in – eigenhandig een tijdelijk opvolger voor de naar Den Haag vertrokken burgemeester Job Cohen benoemde.
De PvdA in Rotterdam sloot op haar beurt een samenwerking met Leefbaar Rotterdam uit vanwege onoverbrugbare verschillen in politieke stijl en opvattingen. En ook in Den Haag en Almere kwamen de grootste partijen er niet uit: de PvdA wil niet regeren met de PVV zolang die partij vasthoudt aan een hoofddoekjesverbod voor ambtenaren en het sluiten van alle islamitische scholen.
Daarbij keert steeds dezelfde vraag terug, namelijk: is het niet ondemocratisch om andere partijen op grond van programmatische verschillen uit te sluiten? Zoals wel vaker in de politiek luidt het antwoord: dat hangt er maar vanaf hoe je het bekijkt. Aan de ene kant kun je stellen dat het democratische proces erop gericht moet zijn om zo veel mogelijk recht te doen aan de wensen van zo veel mogelijk kiezers. Partijen die elkaar uitsluiten, maken dat proces onmogelijk. Aan de andere kant kun je ook stellen dat het juist bij uitstek democratisch is om niet te regeren met partijen wier politieke agenda haaks staat op de eigen opvattingen en principes. Zou een partij dat wel doen, dan verloochent die immers de eigen achterban.
Welke houding democratischer is – uitsluiten of water bij de wijn doen – hangt sterk af van je visie op de aard en functie van het politieke bedrijf. Zijn ideologische tegenstellingen en belangenconflicten inherent aan de politiek en is het dus aan politici om net zo lang te blijven vechten voor de eigen standpunten en belangen totdat er een ‘winnaar’ is? Of is de politiek er juist voor uitgevonden om ideologische tegenstellingen en belangenconflicten te beslechten door het sluiten van compromissen en het zoeken naar een onderliggende consensus?
De politiek in Nederland is na de ontzuiling in de jaren 60 voornamelijk gericht geweest op dat laatste. Daarmee staat ons land in een lange traditie van filosofen, waartoe onder anderen de Duitser Immanuel Kant (1724-1804) en de Amerikaan John Rawls (1921-2002) behoren. Deze denkers hielden er uiteenlopende politieke theorieën op na, maar wat ze deelden was hun geloof in een rationele basis voor de politiek.
Zij stelden dat het mogelijk was om met behulp van de rede een aantal ‘principes van rechtvaardigheid’ vast te stellen die door alle leden van een samenleving, ongeacht hun maatschappelijke positie of culturele achtergrond, zouden worden onderschreven – door Rawls ook wel de „overlapping consensus” genoemd. Op grond van die consensus konden vervolgens alle andere politieke conflicten en tegenstellingen worden beslecht.
Rawls was dan ook een van de bekendste pleitbezorgers van de zogenoemde deliberatieve democratie. Dat is een politieke organisatievorm waarin politiek niet zozeer wordt gezien als een machtsstrijd gedreven door belangenconflicten en tegengestelde visies op de werkelijkheid, maar eerder als een juridisch en administratief proces waarin verschillende partijen via discussie en overleg tot een gezamenlijk beleidsplan komen – vergelijkbaar met het polderen van Paars uit de jaren 90. Vanuit Rawlsiaans perspectief staat het programmatisch uitsluiten van andere partijen en het hanteren van ‘breekpunten’ in coalitieonderhandelingen dus inderdaad haaks op de functie van de democratie, namelijk het formuleren en bewaken van gemeenschappelijke waarden.
Van belang om hier op te merken is dat aan deze visie een positief mensbeeld ten grondslag ligt. Zowel Kant als Rawls zag de mens primair als een rationeel wezen dat – door zijn vermogen tot zelfreflectie – in staat was om in te zien dat samenwerking met anderen uiteindelijk in ieders voordeel zou zijn. Juist op dat punt verschillen deze denkers met tegenpolen als de Brit Thomas Hobbes (1588-1679) en de Duitser Friedrich Nietzsche (1844-1900).
Zij bezagen de mens veeleer als een door emoties en behoeften bepaald wezen dat van nature uit was op het domineren van anderen. In hun ogen was de maatschappij om die reden noodzakelijkerwijs conflictueus en hiërarchisch. Het idee dat de politiek zou kunnen uitmonden in een ‘overlapping consensus’ achtten zij daarom niet alleen hopeloos onrealistisch maar zelfs een contradictio in terminis: politiek bestond volgens hen bij gratie van belangentegenstellingen en de bijbehorende machtsstrijd.
Hobbes en Nietzsche geloofden dan ook niet in de democratie als politiek systeem, maar uit de filosofische traditie waartoe zij behoren is in de 20ste eeuw wel een alternatieve visie op de democratie voortgevloeid – ook wel het agonistisch pluralisme genoemd. Deze visie houdt in dat democratie niet bedoeld is om conflicten te beslechten, zoals Rawls stelde, maar juist om deze zo veel mogelijk ruimte te bieden in het publieke domein.
Agonisten, zoals de Belgische politicologe Chantal Mouffe (1943) en de Amerikaanse filosofe Bonnie Honig (1960), zijn namelijk sceptisch over het vermogen van de politiek om ideologische en economische tegenstellingen in de samenleving op te heffen. De politiek, stellen zij, moet vooral een platform zijn waar mensen hun onoverbrugbare verschillen tot uitdrukking kunnen brengen. Zij zien het politieke debat niet als een ‘rationeel proces’ dat uitmondt in gemeenschappelijke oplossingen, maar als een „permanent voortdurende strijd” tussen verschillende denkwijzen. De term ‘agonisme’ is dan ook afgeleid van het oud-Griekse woord agon, dat ‘strijd’ of ‘tegenstand’ betekende.
Vanuit agonistisch perspectief zijn partijen die elkaar principieel uitsluiten en ‘breekpunten’ opwerpen in onderhandelingen dus niet ondemocratisch. Integendeel, in een goed functionerende democratie is dat juist hun taak: om uit naam van de belangengroepen die zij vertegenwoordigen de strijd aan te gaan met de ‘antagonisten’ – de leden van de tegenpartij. Dat wil niet zeggen dat agonisten politieke samenwerking onwenselijk of zelfs onmogelijk achten, maar eerder dat zij de strijd die daarmee gepaard gaat als onvermijdelijk en intrinsiek waardevol zien. Of zoals Bonnie Honig het formuleerde: „Het bevestigen van de oneindigheid van politieke strijd is niet hetzelfde als het bejubelen van een wereld zonder stabiliteit; het betekent slechts de erkenning van die strijd als legitiem binnen de orde van een democratisch proces.”
Zo bekeken duiden de moeizame coalitieonderhandelingen in de grote steden dus niet op een ‘crisis’ van het democratische bestel, zoals oud-voorzitter van het CDA Marnix van Rij onlangs in deze krant suggereerde, maar eerder op de vitaliteit ervan. Meer dan in de jaren 90 valt er weer echt iets te kiezen in de Nederlandse politiek. Wie op de PVV of Leefbaar Rotterdam stemt, stemt indirect ook tegen de PvdA of D66 – en vice versa. Dat zij niet tot overeenstemming kunnen komen in de collegeonderhandelingen, bewijst slechts de waarde van die stem, zou een agonist hebben gezegd.
Er is nu bovendien een podium ontstaan voor politieke opvattingen die twintig jaar geleden nog zouden zijn doodgezwegen door de gevestigde orde. Anders dan bijvoorbeeld de Centrum Democraten van Hans Janmaat krijgen Leefbaar Rotterdam en de PVV nu wél alle ruimte om hun opvattingen wereldkundig te maken en zo de strijd aan te gaan met de zittende machten. Het bewaken van die ruimte is waar het democratische gehalte van een samenleving volgens Bonnie Honig door wordt bepaald – niet door de vraag of partijen ook daadwerkelijk tot een compromis kunnen komen. In die zin is de rechtszaak die tegen Geert Wilders is aangespannen een veel grotere bedreiging van de democratie dan de stukgelopen onderhandelingen in Almere en Den Haag. Laat de PvdA en D66 zich daar eens tegen uitspreken.
Verschenen in nrc.next op 7 april 2010.
Reacties
Er heeft nog niemand gereageerd op deze pagina.
RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties
Plaats uw reactie
Rob Wijnberg (Winschoten, 1982) studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was opinieredacteur van nrc.next, de krant waarvoor hij nog steeds columns en essays schrijft. Hij publiceerde eerder Boeiuh!, een strijdbaar pamflet ter verdediging van zijn generatie, en In dubio, een prikkelend betoog over de vrijheid van meningsuiting.
...
> Lees verder

